Blanke Nederlanders

Een vreemdeling houdt onze samenleving een spiegel voor

JPEG - 14.3 kBDe auteur werd geboren in het zuiden van Irak. In 1998 vroeg hij in Nederland asiel aan. Hij schrijft columns voor verschillende dag- en weekbladen.

Elke keer als ik de trein neem, krijg ik het gevoel dat ik een mijn ben. Niemand komt op of naast mij zitten, bang dat ik zal ontploffen. Als de trein leeg is, gaan Nederlanders alleen zitten. Op elke bank één persoon. Als de trein vol eenlingen is, nemen mensen plaats op de stoel schuin tegenover die eenling. Als de trein vol tweelingen is, ontstaan er drielingen en daarna zoeken de laatste reizigers de beste plek tussen de twee- en de drielingen. Ze letten goed op naast wie ze gaan zitten.

Ik ga altijd als een van de eersten de trein in op zoek naar een lege bank. Dan stroomt de trein vol, tot op alle banken twee, drie of vier personen zitten, behalve op de bank waar ik zit. Stink ik soms? Vast niet, want ik sta dagelijks een halfuur onder de douche om de ideeën van de laatste nacht weg te wassen met de shampoo van het zingen. Ik zit bijna altijd alleen en dat geeft me een goed gevoel, want ik hou ervan om mijn voeten op de bank tegenover mij te leggen en me voor te stellen dat ik waterski om de saaie weg tussen Zwolle en Leeuwarden te vergeten. Je ziet er slechts één koe voor Heerenveen, die mij inmiddels herkent en soms naar me zwaait.

In het begin ging ik altijd op de eerste lege plek zitten, het maakte niet uit naast wie, want ik wist dat alle reizen op een station eindigen en dat alle treinen hun vaste overstapplaats hebben. Maar soms gebeurde het dat de persoon naast wie ik plaatsnam, nog voor we een station bereikt hadden, zijn jas pakte, opstond en ergens anders ging zitten. Dat was pijnlijk en daarom ging ik vanaf dat moment op een lege bank zitten, omdat ik uit ervaring wist dat lege plaatsen nooit weglopen. Blanke Nederlanders doen dat wel.

Al Galidi, Blanke Nederlanders doen dat wél, Amsterdam/Antwerpen, De Arbeiderspers, 2004, blz. 23-24.