Een maand lang bezoeker

Bastiaan van Rooijen kreeg in de maand juli een intensief bad in de ervaringen van JRS Belgium. Hij ging in drie weken zes keer naar een gesloten centrum. Ik ga met hem in gesprek over wat hij onthouden heeft en over de plaats van zijn opleiding als jezuïet daarin. We hebben daarbij niet alleen oog voor de onterende omstandigheden die het opsluiten van onschuldige mensen met zich meebrengt. Er is ook plaats voor medemenselijkheid en waardigheid.

Heb je iets moois gezien in de gesloten centra?

Het mooiste wat ik in de gesloten centra heb meegemaakt was iemands verwijzing naar de menselijke waardigheid. Die persoon zei: ‘Ondanks het feit dat ik hier ben, voel ik mij menselijk. Ik blijf hopen. Ik blijf proberen in te zien dat ik – hoewel ik opgesloten ben – niks verkeerds gedaan heb. Ik blijf me heel bewust als een mens gedragen, ook als de situatie onmenselijk is.’

Mensen die dus proberen hun menselijkheid te behouden in een onmenselijke situatie, ook naar anderen toe?

Ja. Het is treffend dat iemand in zo’n onmenselijke situatie zoveel menselijkheid toont. De meeste mensen zouden eronder breken, maar sommigen dus niet. Sommigen strijden er doelbewust voor. Dat vond ik indrukwekkend. Ik vond het ook heel aangrijpend hoe een Palestijnse man er steeds op bleef hameren hoe moeilijk het is voor een zwangere vrouw om in een gesloten centrum te leven.
Wat denk je dat je het langste zal bijblijven van je ervaringen in de gesloten centra?
Mensen vragen iedere keer: ‘Waarom zit ik hier?’ Ze zoeken een rechtvaardiging: ‘Heb ik iets fout gedaan?’ Ze proberen zich naar ons toe te verantwoorden: ‘Ik heb toch mijn belastingen betaald?’ Dat voortdurende zoeken naar een logica, naar een zin in een situatie die eigenlijk absurd is: opgesloten zitten terwijl je niets fout hebt gedaan.

Het tweede wat ik heel boeiend vond is wat jij bij het begin van ons eerste bezoek zei: ‘Als mensen heel veel veerkracht hebben in het begin, krijgen ze later vaak problemen.’ Je ziet de hele scala van emoties: hoop, woede en uiteindelijk apathie. Dat laatste vind ik echt heel naar om te zien. Dat sommigen helemaal murw geslagen zijn, dat ze geen vechtlust meer hebben.

Je bent jezuïet in opleiding. Heb je het gevoel dat je studies je kunnen helpen om te gaan met zo’n bezoek?
PNG - 1.4 MB

Ik denk dat de opleiding die ik tot dusver heb genoten, mij zeker heeft geholpen om hiermee om te gaan. Allereerst omdat de eerste vorming van een jezuiet altijd is: hoe ga ik om met mijn eigen emoties? Je leert dus te lezen wat je stemmingen zijn, hoe je reageert op situaties, wat je doet met pijn, met de moeite van anderen en het geluk van anderen. Zo kun je vaak dingen een plaats geven.

Helpen ook de theoretische studies? Ik denk het wel. Wat is je beeld van God? Waar geloof je in bij al die onmacht die je ziet? Dat roept vragen op en ik vind dat mijn studie daar ook een aantal antwoorden op geeft. De grote vraag is altijd naar het lijden van de mensheid. Daar bestaat natuurlijk niet één vast antwoord op, maar je kunt wel steeds iets dichter komen bij een aantal oplossingen. Je hebt de mogelijkheid om anderen te helpen, je hebt de mogelijkheid om emoties te beleven die je niet zou beleven als je alleen gelukkig zou zijn. Ik denk dat dit allemaal waar is. Misschien is het niet de beste vertroosting, maar het is wel waar. In moeilijke situaties kom je toch heel onverwachte dingen tegen.

In die zin vind ik dus wel dat de studies zinvol zijn. Maar tijdens de gesprekken is het niet zo eenvoudig om mijn studies toe te passen. Tijdens de gesprekken ben je toch altijd… (Bastiaan zoekt naar zijn woorden)

Mens?

Ja. Ik vind het ook heel boeiend te zien hoe medewerkers van JRS het bezoek verschillend aanpakken, afhankelijk van hun eigen talenten en van het profiel van de mensen die ze bezoeken.

Het was heel boeiend om te leren van jouw frisse kijk op ons werk. Bedankt voor alles, Bastiaan.

Dennis Van Vossel
communicatieverantwoordelijke