Net als zij heb ik met mijn zus en broer administratieve detentie meegemaakt, een zeer traumatische ervaring.
Ik ben Zana, een van de eerste getuigen van het Change-project.
Ik werd geboren in Kobane, een Koerdische stad in het noorden van Syrië. Vandaag woon ik in Brussel. Hier voel ik mij thuis, tussen mensen van allerlei nationaliteiten en achtergronden. Een kleurrijke stad, net zoals ik.
Een klein voorwerp dat mij altijd herinnert aan waar ik vandaan kom, draag ik elke dag bij me: mijn ketting met de eerste letter van mijn voornaam. Ik kreeg ze toen ik vijf was van mijn ouders. Het is het enige voorwerp dat ik zelf uit Syrië heb meegenomen. De rest van onze spullen en ons huis zijn verwoest.
Mijn naam koos mijn tante. In het Koerdisch betekent Zana iemand die veel weet, iemand met kennis. Maar mijn naam draagt nog een ander verhaal met zich mee. Mijn tante noemde mij naar Leyla Zana, een Koerdische politica en mensenrechtenverdediger. Zij werd in Turkije verkozen in het parlement en sprak daar, tijdens haar eedaflegging, enkele woorden in het Koerdisch. Ze zei dat ze zich wilde inzetten voor vrede tussen Koerden en Turken. Voor die woorden werd ze veroordeeld en bracht ze twintig jaar in de gevangenis door.
Toen ik later haar naam tegenkwam in het museum van het Europees Parlement, bij een tentoonstelling over mensenrechtenverdedigers, voelde dat bijzonder. Mijn naam bleek verbonden met iemand die opkwam voor rechtvaardigheid en daar een hoge prijs voor betaalde. Soms voelt het alsof dat verhaal ook een beetje in mij verder leeft. Net als zij heb ik met mijn zus en broer administratieve detentie meegemaakt, een zeer traumatische ervaring. Net als zij kan ik moeilijk zwijgen wanneer ik onrecht zie.
Vandaag vertel ik mijn verhaal aan leerlingen in het kader van het Change-project van JRS Belgium. Vaak begin ik mijn getuigenis met een simpele vraag: “Wat denken jullie over vluchtelingen?” Eén keer antwoordde een jongen: “Dat zijn allemaal terroristen.” Ik stond daar, zelf een vluchteling, en vertelde gewoon mijn verhaal. Op het einde stelde ik hem opnieuw dezelfde vraag. Hij antwoordde: “Het zijn mensen die veiligheid zoeken.” Dat moment vergeet ik nooit. Dat is waarom ik het doe.
Het is niet makkelijk om mijn verhaal telkens opnieuw te vertellen. Sommige herinneringen komen weer naar boven en soms heb ik dagen nodig om te herstellen. Maar wanneer ik zie dat er iets verandert in een klas, weet ik dat het de moeite waard is.
Ik eindig altijd met dezelfde boodschap: praat met elkaar. Geloof niet alles wat er gezegd wordt over mensen die je nooit hebt ontmoet. Voor mij gaat samenleven niet alleen over integratie, maar over participatie. We leren van elkaar, delen verhalen en culturen. Alleen zo kunnen we echt samenleven.