Ik wil een normaal leven; werken en belastingen betalen zoals andere Belgen
Deegii arriveerde twintig jaar geleden vanuit Mongolië in ons land. Met haar dochter en zoon probeert ze een leven op te bouwen in ons land. De voorbije jaren diende ze vier aanvragen tot humanitaire regularisatie in, maar kreeg telkens een negatief antwoord. Nu wordt ze begeleid door een case manager van Plan Together, een project van JRS waarbij samen met het gezin naar een duurzame oplossing wordt gezocht.
‘Eén rugzak met wat spullen, dat was alles wat ik bezat toen ik twintig jaar geleden in België aankwam. Ik ontvluchtte Mongolië omwille van ruzie met mijn familie. Het huwelijk met mijn man was heel moeilijk, hij mishandelde me. Ik had niets en kon de taal niet. Het eerste jaar in België was keihard; ik woonde op straat. Ik miste mijn dochter die op dat moment nog in Mongolië was. Ze mocht geen contact met me hebben, dus probeerden we stiekem met elkaar te bellen.
Ik ging op zoek naar werk, en met de hulp van een Mongoolse vrouw, kon ik als poetshulp aan de slag bij een Joodse familie in Antwerpen. Ik werkte hard, en al snel kon ik bij meer families gaan werken en kon ik zo wat geld verdienen. Mijn eerste woonst was een piepkleine studentenkamer waar ik 190 euro voor moest neertellen, maar ik had ten minste een dak boven mijn hoofd.
De voorbije jaren diende ik enkele keren een aanvraag voor humanitaire regularisatie aan. Telkens kreeg ik een negatief antwoord. Ook bij het OCMW ving ik telkens bot. Nochtans kon ik de steun goed gebruiken, het werd moeilijk om de huur en alle medische kosten te bekostigen. Ik zat vast en ging op zoek naar hulp. In mijn zoektocht naar steun stootte ik op JRS. Ik heb hen een mail gestuurd en ben nu in begeleiding bij hen.
Met de begeleider van JRS heb ik bekeken wat de prioriteiten zijn: samen bereiden we een nieuwe aanvraag voor humanitaire regularisatie voor. Daar komen heel veel documenten bij kijken: van huurcontracten, schoolfacturen tot getuigenissen van vrienden en werkgevers. Gelukkig hou ik alles nauwgezet bij in mapjes. Omdat ik het financieel moeilijk heb, zochten en vonden ze voor mij ook een goede pro deo advocaat. Iemand die mijn dossier echt ter harte neemt.
We klopten opnieuw aan bij het OCMW en onlangs kreeg ik het bericht dat ik eindelijk financiële steun van hen kan ontvangen. Dat is zo’n opluchting. Nu hoef ik voor medische kosten niet meer de volle pot te betalen. Ik was zo blij toen ik mijn OCMW-kaart in handen kreeg. Ik heb meteen een foto genomen van het document en trots doorgestuurd naar mijn vrienden. Een kleine overwinning die een wereld van verschil betekent voor mij en mijn zoontje.
Mijn leven in België is niet evident, maar nog altijd veel beter dan in Mongolië. Hier kan ik in veiligheid leven, en kunnen mijn kinderen naar school. Mijn dochter – die intussen ook al jaren in België verblijft – heeft haar master binnenhuisarchitectuur behaald en werkt nu als binnenhuisarchitecte. Daar ben ik enorm trots op. Mijn zoontje zit in het derde leerjaar en hij doet het goed. Ik hamer er bij hem op om goed te studeren. Eigenlijk verlang ik niet veel; ik wil werken en belastingen betalen zoals alle andere Belgen, en een normaal leven leiden.’