Ik werd erkend als vluchteling. De emotie die ik toen voelde, dat moment vergeet ik nooit meer.
Mijn ouders zijn Palestijns. Ik groeide met hen en mijn broers en zussen op in de Verenigde Arabische Emiraten, in een omgeving die tegelijk internationaal en onzeker aanvoelde. Je leeft er, maar je hoort er nooit helemaal bij. Zonder nationaliteit hing mijn toekomst af van het werk van mijn vader.
Toen hij na dertig jaar zijn job verloor, viel alles weg. Terugkeren naar Gaza was geen optie. Op mijn 21ste kwam ik naar België, op zoek naar bescherming en perspectief. Mijn asieltraject begon in de opvang, waar alles onbekend was en ik mijn weg moest vinden in een nieuw land. Tijdens die eerste jaren verbleef ik in verschillende opvangcentra, waaronder het Klein Kasteeltje in Brussel, maar ook in Brugge, Houthalen-Helchteren (dat we daar ‘Hotel Helchteren’ noemden) en Wingene. Wat volgde was een lange periode van procedures, twijfel en wachten terwijl ik stap voor stap probeerde mijn leven opnieuw op te bouwen.
In die tijd droeg ik altijd mijn Nike rugzak bij me, met daarin mijn weinige bezittingen. Het was een van de rugzakken die ik door de jaren heen gebruikte telkens wanneer een nieuwe fase in mijn leven begon. Die rugzak werd een symbool voor het weinige dat ik toen bezat, maar ook voor alles wat ik uit mijn verleden met me meedroeg.
In 2021, na zes jaar wachten en leven in een ‘in between zone’, werd ik erkend als vluchteling. De emotie die ik toen voelde (hij lacht en krijgt tranen in zijn ogen), dat moment vergeet ik nooit meer.
Vandaag volg ik een bachelor sociaal werk voor volwassenen aan de Erasmus- en de Odisee Hogeschool in Brussel. Ik werk ook als groepsbegeleider bij Fedasil met minderjarigen die net in België aangekomen zijn. De jongeren zijn spiegels voor mij. Ik herken mezelf en elke fase waar ze doorheen moeten. Ik begrijp en ondersteun hen, en geef ook hoop. Ze zien dat mijn traject ook niet gemakkelijk is geweest, maar dat het wel mogelijk is. Ik wou dat er toen iemand voor mij was geweest die mij toonde dat het goed zou komen. Nu probeer ik die persoon voor anderen te zijn.
Mijn vader en broer zijn belangrijke inspiratiebronnen voor mij. Via gesprekken, boeken en sport vond ik manieren om moeilijke periodes door te komen. Als mijn gedachten te donker werden en de woede te groot, ging ik naar de fitness. Zo bleef ik overeind.
Mijn ervaringen zet ik om in engagement. Via JRS Belgium neem ik deel aan het Change-project en ga ik in scholen in gesprek met jongeren. Ik wil mijn verhaal niet vertellen om medelijden op te wekken, maar om perspectief te bieden. Ik wil tonen wat mogelijk is. Niet wat er misgaat, maar wat er kan groeien. Ik wil dat jongeren zien wat hun kracht is en wat ze kunnen worden. Zelf kijk ik ook altijd vooruit. Ik wil blijven studeren en anderen versterken in hun traject.